Peetvader achter het succes

Gepubliceerd op 01 oktober 2015 door Niels Hendrix

Met dank aan schrijver Ivo op den Camp mogen we onderstaand artikel uit Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad overnemen op Verstappen.nl.

Terug naar de roots van Max Verstappen, naar de broedkast van het Formule 1- talent, is op bezoek gaan bij Richard Pex in Maasbracht. In en rond de fabriekshal van zijn bedrijf werd het racediamantje geslepen.

Met glinsterende oogjes loopt hij de trap op naar de vide van de fabriekshal. Daar staat-ie, de Puffo van Max Verstappen, weggestopt achter een werktafel, flink onder het stof. Op dit skeltertje leerde hij - amper vier jaar oud - voor het eerst gas geven, remmen en sturen.

Nu een haast vergeten relikwie, wie weet ooit pronkstuk van een verzameling gewijd aan het Formule 1-talent. Hier in Maasbracht, bij Pex Dakbedekkingen, tippelde Max Verstappen als onbekommerd peutertje binnen. Hij verliet het pand ruim een decennium later met een Formule 1-contract bij Toro Rosso op zak. Richard Pex, zelf vader van drie talentvolle karters, speelde al die jaren de rol van een soort peetvader.

Het is de aanloop naar het wereldkampioenschap karten in Le Mans, waar Jorrit Pex de titel in de KZ-klasse voor zich op zou eisen. In de werkplaats sleutelt Stan Pex, de jongste telg, aan zijn kart. Jos Verstappen was er zojuist ook. De vader van Max is een grootheid in het afstellen van kartmotoren en sleutelt in zijn vrije tijd nog altijd driftig mee. De hier gepolijste Formule 1-coureur laat verstek gaan.

Max is op weg naar Engeland voor twee dagen simulatorwerk. “Maar Max is hier nog vaak. Meestal is hij de dag na een Grand Prix alweer in de werkplaats om te kletsen. Dat vindt hij leuk, ongedwongen bezig zijn met de jongens hier.”

In Maasbracht ligt ruim tien jaar racehistorie van Max Verstappen. Richard Pex haalt herinneringen op. ”Ik had toen twee zonen die kartten. Stan, de jongste, was vier jaar en reed al in zo’n ding. Dat vond Max, die toen vijf was, niet leuk. ‘Papa, die jongen van Pex mag wel al in een kart rijden en ik moet nog wachten van jou’, zei hij tegen Jos. Ik heb Max toen in zo’n minikartje gezet. Vond hij leuk. De rest is geschiedenis. Jos zegt nu nog vaak: ‘Het is jouw schuld dat Max is gaan karten’.”

De raceloopbaan van Jos Verstappen liep tegen het einde. In de zoektocht naar een zinvolle bezigheid na zijn Formule 1-avontuur nam hij contact op met Richard Pex. “Jos werkte natuurlijk ook samen met zijn vader, had succes met Giedo van der Garde en Nicky Pastorelli, maar steeds vaker begon hij ook hier te sleutelen aan karts. Op een dag besloot hij een Puffo, zo’n kinderkart, te kopen voor Max. Met een touwtje eraan draaide die zijn eerste rondjes hier op het terrein. Vanaf dat moment is Jos zich volledig gaan toeleggen op de loopbaan van Max.”

Richard Pex heeft al snel in de gaten dat Max ‘iets’ uitzonderlijks heeft. Dat er daar, in de hal en op het terrein buiten, een kind opgroeit dat gezegend is met ongekend veel aanleg voor de racesport. ”Altijd weer was er dat competitie-element. Max had altijd iets van: kom maar. Of het nu fietsen was, pocketbiken, in een kart of zelfs met een trapskeltertje: steeds werd er een vast parcours uitgezet en kwam er een stopwatch bij. Altijd die focus: beter worden en winnen. Max ging vooral de concurrentie aan met Jorrit, die vier jaar ouder was. En Jos was er altijd bij om bij te sturen en hem de juiste kneepjes te leren.”

De hartstocht voor racen van de families Pex en Verstappen ging zover dat vakanties volledig in het teken stonden van karten. De campings in Italië werden zorgvuldig geselecteerd op de nabijheid van een kartbaan en steevast reed er een busje mee, volgestouwd met materiaal. “Och, heel soms gingen we wel eens mee naar het strand, maar zand en karten, dat vloekt. Dan keken Jos en ik elkaar aan en concludeerden we dat dit het niet was. Klopten we de handdoeken uit, gingen met de jongens terug naar de camping, pakten het busje en reden naar een kartbaan.”

Ruim een decennium lief en leed later tekent Max Verstappen zijn eerste Formule 1-contract. Op een woensdagochtend, hartje zomer 2014, op de luchthaven van Düsseldorf. Eerste halteplaats op de terugweg: Maasbracht.

Richard Pex: “Ik wist dat ze het Toro Rosso-contract gingen tekenen. Ik zie ze nog binnen lopen. Als vader weet je dan wat er door Jos heen gaat. We keken elkaar aan en alle druk viel van ons af. Dit was waar hij ruim tien jaar mee bezig was geweest: Max klaarstomen voor de Formule 1. Het was heel emotioneel, maar even later stond Jos alweer aan de werkbank een kartmotor te tunen. En Max? Die zagen we vanuit het raam naar buiten lopen, zijn stepje pakken om rondjes te rijden op het denkbeeldige parcours dat hij misschien wel een miljoen keer hier heeft gereden. Jos en ik keken elkaar aan en zeiden tegelijk: ‘Daar gaat onze Formule 1-coureur’.”

Richard Pex is ervan overtuigd dat in Max Verstappen een toekomstig wereldkampioen schuilt. “Als hij in de juiste auto zit al voor zijn twintigste.” Hij zegt het zonder een spier te vertrekken. “Ik heb ze allemaal gezien op de kartbaan; alle grote talenten. Geloof me: geen één kan er tippen aan Max.”

In al die jaren is Pex tot de overtuiging gekomen dat Verstappen het non-plus-ultra is in de racesport. Wat hem onderscheidt van de rest? “Max heeft vanaf zijn vijfde jaar perfecte begeleiding gehad. Hij is gehard in het vak, kan beter dan wie ook omgaan met druk. En altijd is er die controle en zijn er die reflexen en inhaalacties. Wie verzint het om buitenom bij Blanchimont met 320 kilometer per uur in te halen? Max doet het en hij vindt het normaal, terwijl het helemaal niet normaal is. Max deed en doet dingen die anderen niet doen. Geef hem de auto van Rosberg en hij is volgend jaar wereldkampioen.”

Bron: Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad - door Ivo op den Camp