Column: Hopelijk nooit meer zo bang

Gepubliceerd op 01 september 2011 door Niels Hendrix

Als je mij vraagt naar de precieze datum van de crash die Jos op Spa-Francorchamps beleefde, moet ik het antwoord schuldig blijven. Maar de beelden van direct na die verschrikkelijke klapper staan nog altijd in mijn netvlies gebrand.
Jos en ik waren ten tijde van de Grand Prix van België in 1996 sinds een paar maanden getrouwd. Kinderen hadden we toen nog niet. Gewoonlijk reisde ik met Jos mee de circuits af om de races te volgen, maar juist dat ene weekend was dat niet het geval. Jos had bedacht dat het handiger was wanneer hij met de motor naar het circuit zou rijden en ikzelf met de auto, zodat ik zondagochtend voor alle drukte huiswaarts kon keren.

 

Foto

Jos weet nog op eigen kracht uit de cockpit te klauteren

Zondagmiddag zat ik dus bij mijn moeder om daar de wedstrijd op tv te kijken. Gezellig met zijn allen op de bank zoals we dat zo vaak deden. Totdat ik in de twaalfde ronde opschrok en dat vreselijke ongeluk zag gebeuren. Jos was er in de bocht Stavelot met een snelheid van 240 km/uur vanaf gegaan, omdat zijn linkervoorwiel van de Footwork afgebroken was.
In de herhaling zag ik Jos versuft uitstappen, een paar meter wankelen, door zijn knieën zakken en languit in het gras gaan liggen. Toen Jos op een brancard werd weggedragen, hingen zijn voeten er bungelend bij. Dat beeld is tot op de dag van vandaag bijgebleven. Mijn moeder en ik wisten direct dat het mis was. Jos werd ondertussen per helikopter naar het ziekenhuis van Luik gebracht.

Vanuit thuis kon ik niemand van het Formule 1 team telefonisch te pakken krijgen, dus ik werd alsmaar bezorgder. Toen ik eindelijk Huub Rothengatter gesproken had en wist dat Jos naar Luik ging, ben ik direct met mijn moeder in de auto gesprongen. Op zo'n moment spookt er van alles door je hoofd, alle geruststellende woorden van anderen ten spijt. In het ziekenhuis aangekomen moesten we even wachten. Dat leek een eeuwigheid te duren. Toen er eindelijk een bed naar ons toegebracht werd, dacht mijn moeder dat daar een oude vrouw op lag. Dat bleek Jos te zijn. Hij lag daar echt voor Pampus. Hij was helemaal de kluts kwijt en sloeg complete wartaal uit. Dat was een emotioneel moment, zeker omdat we nog niet wisten hoe ernstig het allemaal was.

 

Foto

De Footwork FA17 is gereduceerd tot een pakketje schroot

Vanwege de enorme klap moest Jos voor tests en ter controle in het ziekenhuis blijven. Gelukkig mocht hij na een paar dagen weer naar huis, want er werd geen blijvend letsel geconstateerd. Hij kon zich er alleen helemaal niets meer van herinneren. Zijn geheugen vertoonde een gat. De crash heeft hij op tv-beelden terug moeten kijken. Daar schrok hij wel van. Maar wonder boven wonder stond hij twee weken later in Italië alweer aan de start.
Jos heeft sinds die misschien wel zwaarste crash uit zijn loopbaan wel vaak migraine gehad. Eigenlijk is er geen dag voorbij gegaan zonder pijn aan zijn nek. Dat is pas sinds zijn operatie aan zijn nekhernia eind 2007 verleden tijd. Maar ik denk niet dat Jos voorzichtiger of langzamer is geworden na de crash op Spa. Absoluut niet. Jos is iemand die een knop in zijn hoofd kan omzetten en er vol voor gaat.

Achteraf besef je hoeveel geluk Jos gehad heeft. Hij is echt door het oog van de naald gekropen. Nooit eerder zagen de monteurs van Arrows een dermate vernielde auto. Op de monocoque na was echt alles kapot. Onderzoek van de FIA wees later zelfs uit dat zonder de pas geïntroduceerde verhoogde cockpit rand Jos het niet overleefd zou hebben. Dan besef je dat het zomaar over kan zijn. Het was een heftig weekend. Ook nog eens zijn thuiswedstrijd en des te verschrikkelijker dat ik er net deze race niet bij was.

 

Foto

Sophie met zoon Max en dochter Victoria

Met de geboorte van Max en later Victoria werd het alleen maar moeilijker om op circuits aanwezig te kunnen zijn. Je blijft dan toch thuis voor je kinderen. Je wist met Jos echter dat er altijd iets kon gebeuren. Zijn spectaculaire starts, waar ik altijd mijn vingers bij gekruist hield, en ook tijdens de race was het altijd spannend. Misschien ga ik dat allemaal herbeleven als mijn zoon de autosport ingaat. Dan gaat het echter over mijn eigen vlees en bloed, wat nog dichterbij staat dan m'n inmiddels ex-man.

Zo heb ik ook nog helder voor de geest die keer dat Max met kart en al over de kop vloog. Ik stond toen naast het kartcircuit tussen het publiek en ondanks dat ik een kort spijkerrokje aan had, was ik in recordtempo over de omheining heen geklommen. Dan ben je toch de bezorgde moeder.
Ook met Max kan ik niet altijd meegaan, dus veel van zijn internationale wedstrijden volg ik via internet. Dat blijft een ongemakkelijk gevoel, want als er een ongeluk zou gebeuren, kun je niet bij hem zijn. Je weet dat je niet altijd overal aanwezig kunt zijn, maar ik moet wel nog leren om dat los te laten. Gelukkig heeft Max een prima begeleiding en is hij in goede handen.
Met elke stap die Max nu zet, komt de Formule 1 wereld weer dichterbij. Die grote kerel die er inmiddels staat, dat is nou mijn zoon. De spanning om Max te zien rijden, zal altijd blijven. Maar zo'n angstig moment als 15 jaar geleden, hoop ik nooit meer mee te hoeven maken.

Sophie Kumpen