Een dagje Masters in Zandvoort

Gepubliceerd op 09 augustus 2004 door Jo Vleugels

Niet als redacteur, maar als normale bezoeker een verslagje van een dagje Masters in Zandvoort. Gewaarschuwd door velen voor de enorme parkeerproblemen rond het circuit bleek de aankomsttijd van 07.00 uur voldoende voor een parkeerplekje, maar niet voldoende om zonder fikse wandeling tot de 'place to be' te komen. Op dat vroege uur was de paddock nog rustig, de tribunes leeg en de koffiebar nog niet geopend. Terwijl de meeste teams van de nationale klasses nog niet aanwezig waren, gonsde het toch al rond de Formule 3 auto's. Daar werd al druk gesleuteld. Natuurlijk bestaat er geen officieel wereldkampioenschap Formule 3, maar Zandvoort wil de Masters daar toch graag voor door laten gaan. En de Formule 3 teams werken daar graag aan mee, want één keer per jaar wereldwijd in de picture staan is op een andere manier moeilijk te verwezenlijken.


Zonnige dag op Zandvoort

Om halftien het eerste mooie geluid, veroorzaakt door de warm-up van de Formule 3. In de paddock was de house beat in de Pearle Alfa stand inmiddels op een dusdanig volume gedraaid dat men 500 meter rondom die tent absoluut geen last kon hebben van welk auto- of motorgeluid dan ook. Dat zou de hele dag ook niet meer minder worden. Er bleken overigens veel paddocktenten hun genodigden met een totaalpakket te verrassen: muziek, shows, hapje, drankje, wat netwerken en naar de races kijken.

Daarna de fluisterstille Seat Cupra Race. Je zag ze wel, maar hoorde ze niet. Toch wel een gekke ervaring. De Seat dieseltjes moesten reeds snel hun wedstrijd staken na een ongeval van Renate Sanders. Voor de jonge, beginnende racers moet de uitleg van de speaker op het circuit niet leuk zijn geweest: "door het strakke televisieschema moeten we de race dan maar helemaal verschuiven, anders loopt het te lang uit!"


Giedo was vandaag niet geheel tevreden

Het betekende voor het publiek dus een half uur naar niets kijken, in afwachting van de Formule Renault. Deze startte precies op tijd en werd gewonnen door Paul Meijer met een voorsprong van nog geen twee seconden op Junior Strous.

De bekende sprint rondjes van de nationale series gaan over 12 ronden. Persoonlijk kan ik me tijdens die korte tijd niet voldoende inleven op een race. Vooral is het een probleem als je tijdens een race op twee verschillende punten wilt gaan kijken. Dat is praktisch onhaalbaar.

De nationale series sloten het voormiddag programma af met de Pearle Alfa 147 GTA Challenge. De winnaar, Rory Bertram, reed snel weg, bleef de leiding houden en pakte de eerste plaats. Toch was het een heel aardige race met veel gevechten voor de eerste vier plaatsen. Tim Coronel werd ten slotte tweede op slechts 0,2 seconden van de winnaar! Phil Bastiaans pakte de derde plaats. Een emotioneel momentje was te zien bij Vincent van der Valk, als privateer met één auto aan de Alfa Challenge deelnemend. Vlak voor de race ziet hij dat zijn dynamo defect is. Het team stort zich op een noodreparatie en Vincent rijdt met een noodgang door de hele paddock, heel wat verschrikte gezichten achterlatend. Om dan op het laatste moment te zien dat de race vijf minuten vervroegd is en dat hij daarom niet meer het circuit op mag. Ik hoorde Vincent zijn excuus maken tegenover de genodigden van zijn sponsor APC en moest concluderen dat hier toch al een héél professionele coureur stond!


één van de weinige spectaculaire momenten

Dan eindelijk: tijd voor de Masters. Het hoogtepunt van de dag voorspelde iedereen. Zoals reeds gezegd is dit een stukje geschreven door een toeschouwer: tijdens de Formule 3 kijkend over de Audi-S-bocht. De crash van Andrew Thompson en Maximilian Götz in deze bocht was dan ook het spectaculairste stukje van de race. Door het forse geluid van de Formule 3 auto's was de speaker niet te verstaan, zodat geen goed beeld over het wedstrijdgeheel werd verkregen.
De uiteindelijke winnaar, Alexandre Prémat rijdt bij het ASM Formule 3 team in de F3 Euroseries. Die Euroseries steken zo met hun auto's boven de andere Formule 3 series uit, dat er totaal geen kans voor bijvoorbeeld een Giedo van der Garde bestaat om hier met de top te strijden. Dat is wel jammer, omdat de serie toch voor een doorstroming naar de Formule 1 moet zorgen. Eric Salignon, teammaatje van Alexandre Prémat had lang de leiding van de wedstrijd in handen, maar gaf die uit handen toen hij een uitstapje in het grind maakte in de Marlboro bocht. Desondanks wist hij de tweede plaats te behouden, wat veel zegt over de technische achterstand bij de rest van het veld. Hier zal men beslist naar moeten kijken. Zodra de teams de Masters gaan winnen en niet de coureurs, is de waarde voor doorstroming ook veel minder.
Typisch waren ook de vele, vele rijdersfouten die te zien waren. Er zijn veel coureurs in de Formule 3 die de auto nog niet zo beheersen als zou moeten. Als dan tien auto's tegelijkertijd op een bocht aan rijden en twee rijders verremmen zich duidelijk, dan is het logisch dat de betere coureurs geen inhaal- of uitremacties durven te maken. De kans is groot dat ze dan de dupe worden van het slechte rijden van anderen. Dat zijn punten die kunnen verklaren waarom de race niet zo sensationeel is voor de kijkers.


winnaar van de Masters: Alexandre Prémat

Direct na de Masters kon men genieten van een stukje amusement, de Marlboro Demonstrations. Inderdaad amusement. Hoewel er vier oudere Formule 1 Ferrari's op het circuit te bewonderen waren, had dit niet veel met autosport te maken. Als pauzeact was het heel leuk om de Ferrari's over het circuit te zien rijden.


ex-Formule 1 bolides op het circuit

Het enige moment van de dag dat de house muziek uit de paddock het gevecht met het motorenlawaai bijna scheen te verliezen was de opkomst van de Euro GT serie. De honderden pk's uit deze peperdure bolides lieten het circuit daadwerkelijk beven. Cor Euser bleek ongenaakbaar en wist de race met zijn Marcos Mantis LM 600 op zijn naam te schrijven. Man van de wedstrijd was echter David Hart. In zijn Chrysler Viper wist hij de veel snellere Duncan Huisman ronde na ronde achter zich te houden. Hart reed daarbij verdedigende lijnen waarvan ik helemaal niet wist dat ze bestonden. Uiteindelijk, maar te laat om het gevecht voor de eerste plaats aan te gaan, wist Duncan er toch langs te komen. Zijn V8 BMW, een 500 pk sterke M3 GTR fabrieksauto was trouwens voor het eerst op een Nederlands circuit aanwezig.

De Renault Clio Cup sloot de dag af met een commerciële stunt van een veel snellere Clio dan alle andere, bestuurd door Mister X. Deze wist de race bijna te winnen, maar reed vlak voor de finish de pitstraat in. Bernhard ten Brinke werd hierdoor winnaar. Michael Bleekemolen kon als derde de stunt van Mister X absoluut niet waarderen en was zo kwaad dat hij zelfs niet op het podium is geweest. Ten Brinke had ook al breeduit plaatsgemaakt voor Mister X omdat die toch veel sneller was. Hier zal het laatste woord waarschijnlijk nog niet over gevallen zijn.


....en toen weer naar huis...

Terugkijkend op dit dagje Masters was het een leuk uitje met veel zon op toch een heel mooi circuit. Om het publiek ook in toekomstige jaren te kunnen blijven boeien, zal er echter veel aandacht aan de autosport zelf gegeven moeten worden.
Teruglopend naar mijn parkeerplaats hoorde ik nog steeds de house muziek uit de paddock, me afvragend waarom die Seats dan zo stil moeten zijn tijdens de beroemde geluidsdagen.

Jo Vleugels