Tweede deel interview van Huub Rothengatter in F1 Racing Magazine.

Gepubliceerd op 19 april 2000 door Jo Vleugels

Afgelopen zondag publiceerden wij het eerste deel van het interview wat Huub Rothengatter gaf aan F1 Racing Magazine dat nu in de winkel ligt. Vandaag het tweede en voorlaatste deel van dit interview.

De relatie tussen Jos en de pers was niet altijd even goed. Klopt, maar op een bepaald moment is het aan de sporter zelf om daar mee om te gaan, om daar conclusies uit te trekken. Een coureur is niet te kneden. Ja, ik geef Jos bepaalde richtlijnen, dingen waar hij op zou kunnen letten. Maar dan is het vervolgens aan hem om daar iets mee te doen. Een manager kan niet meer doen. Ik geef hem adviezen als het gaat om bepaalde pr-activiteiten.

Is Jos ooit naar mediatrainingen geweest? Ja, diverse keren. Maar soms vergeten jullie iets, namelijk dat Jos van zichzelf een heel verlegen, bescheiden jongen is. Dat is hij echt. Laten we niet proberen om van Jos een Emile Ratelband te maken. Hij heeft het waanzinnige talent om heel goed te racen, een talent dat we nog nooit in Nederland hebben gezien, dus laat hem dan op een ander vlak wat tekortschieten. Een vlak dat er niet echt toe doet. Als je als journalist blijft doordrammen, loop je soms tegen een muur omhoog als het Jos tegen de borst stuit. Een sporter is passioneel, leeft voor zijn sport. Als Jos praat over zijn beleving, dan probeert hij zijn gevoel onder woorden te brengen, maar hij zal het nooit goed kunnen verwoorden. Omdat een sporter een artiest is. Ik ben een grotere prater dan hij. Ik geef hem mijn mening en hij geeft mij zijn mening. Daarom vullen we elkaar goed aan.

Het is toch jouw taak om vaker naar buiten te treden? Nogmaals, wat is daarvan de toegevoegde waarde? We geven altijd openheid van zaken. Ok, misschien niet altijd, maar je hoeft ook weer niet al je geheimen te onthullen. Ik laat niet iedereen in mijn keuken kijken. Ik heb ook niet de behoefte om ooit een biografie te schrijven. Ik ga niemand vertellen hoe het moet. Waarom niet? Ik zal dat duidelijk maken met een voorbeeld. Koningin Beatrix zei onlangs dat de leugen regeert. Ik herken die uitspraak. Journalisten moeten scoren om te verkopen. Dus wordt er iets bedacht wat redelijk spraakmakend lijkt en vervolgens gaat zo'n leugen een eigen leven leiden. Ik heb het persoonlijk meegemaakt dat iemand mij zoiets flikte. Die man wilde scoren omdat zijn baan in gevaar was. Hij moest scoren, ten koste van mij. Hij heeft wel zijn excuses aangeboden, maar ik vind dit zo'n extreem gedrag.

Wat vind je van het niveau van de Nederlandse autosportverslaggeving? Ik heb het idee dat het veel beter wordt, want journalisten gaan de laatste jaren grondiger te werk. Ze moeten ook wel, want de concurrentie neemt toe. Hoe het dan vroeger was? Heel gezapig. De dagbladpers schrijft veel meer over de Formule 1 dan vroeger. Er zitten nu ook echte pitbulls tussen, en dat mag ik wel. Jos Verstappen heeft wat dat betreft de journalisten wakker geschud

Heeft Jos de journalisten wakker geschud? Ligt het niet gewoon aan de populariteit van de sport zelf? Als er een landgenoot meerijdt, is het altijd anders en beter. Ik weet zeker dat er vorig jaar niet zoveel journalisten naar de wedstrijden gingen als er dit jaar zullen gaan.

Zijn er journalisten met wie niet wordt gesproken? Nee, want het gaat steeds beter. Journalisten vinden dat Jos het beter doet en andersom is het ook het geval. Maar je moet de relatie tussen pers en Jos niet overdrijven, want het is niet zo dat ze op voet van oorlog leefden. Maar voor mij blijft wel het principe overeind dat je niet moet proberen om mij te tackelen. Als je zelf een verhaal wilt bedenken om me te tackelen, dan loop ik met een boog om je heen, zodat de tackle niet zal lukken.

Je hebt ooit gezegd dat je de Nederlandse pers niet nodig hebt. Laat ik eerlijk zijn, dat zeg ik nog steeds. Want het gaat niet om dat wat er wordt geschreven, het gaat om de prestaties van Jos. Als Jos helemaal de hemel wordt ingeschreven, maar niet presteert, wat heeft de verslaggeving dan voor nut? Ik zal je een voorbeeld geven: vorig jaar stond de complete Nederlandse journalistiek achter een andere landgenoot. En wat is er gebeurd? Wat was het eindresultaat? Die bewuste landgenoot was zo fantastisch, die moest het halen. En hoe is de situatie nu? Je kunt geen stoeltje krijgen op basis van mooie verhalen. Natuurlijk is het veel prettiger om samen met de pers een goede relatie te hebben. Maar als het puntje bij paaltje komt, gaat het om het talent van Jos en dat is heel hard autorijden. De verpakking van het product zegt niks over de inhoud.

Als je zegt dat je de pers niet nodig hebt, dan doe je je fans tekort. Die fans willen alles lezen, alles zien en alles horen. De pers is slechts een doorgeefluik naar de fans. Ik wil ook altijd open zijn naar de fans. We proberen dat via de website (www.verstappen.nl), de nieuwsbrief en het clubblad. Onze fans kunnen via onze eigen media alles over Jos lezen. Het heeft dus niet eens zin om alles aan het grote publiek te vertellen.

Dat is toch chantage. Diezelfde fans moeten wel betalen voor de nieuwsbrief. Dat is het niet, want ik wil altijd samenwerken met de pers. Zolang ik maar niet word getackeld. Bovendien is er niet altijd iets te melden. We willen de fans verwennen en niet op de tenen trappen. We zijn vereerd met die enorme hoe-veelheid fans! Je kunt het ook omdraaien: als de pers onzin-verhalen verzint om te scoren, dan is dat ook niet eerlijk naar diezelfde fans toe. Toch? En ik krijg ook zelf steun van de fans.

Is er in het verleden bewust gekozen voor korte contracten? Laat ik dat meteen de wereld uithelpen. Dat is absoluut niet waar! We wilden altijd langere tijd bij teams blijven. Maar om diverse redenen mocht het nooit zo zijn.

Je hebt dus nooit gekozen voor korte contracten om elk jaar opnieuw veel geld te verdienen aan nieuwe merchandising? Dat is absolute onzin. Zoveel verdienen we niet aan die verkoop. Het gaat best lekker, maar onze merchandising is niet te vergelijken met die van Michael Schumacher.

Tot zover het tweede deel van het interview. Morgen plaatsen wij het laatste gedeelte van dit interview hier op de site.