Exclusief interview met Max: 'Auto's gaaf om te besturen, minder om in te racen'

Gepubliceerd op 28 februari 2019 door Julien Lemmen

Verstappen.nl had tijdens de testdagen in Barcelona een uitgebreid en vermakelijk gesprek met Max Verstappen. Zo ging het in deel één over de winterstop, de nieuwe RB15 en de reglementswijzigingen. In deel twee blikken we vooruit op het nieuwe seizoen, gaan we in op de ontwikkelingen binnen de Formule 1 en bespreken we het racen in de virtuele wereld.

Er zijn ook dit jaar weer enkele nieuwe reglementen die het inhalen in de Formule 1 zouden moeten bevorderen. Wat zou jij doen om dit makkelijker te maken?
“Ik zou gewoon de vloer van de auto groter maken, zodat je veel meer mechanische grip en downforce vanuit de auto zelf genereert. Daarnaast zouden de voor- en achtervleugel kleiner en minder gecompliceerd moeten zijn. Het draait voor mij ook niet eens om het verbreken van records of zo hard mogelijk gaan. Het racen was voor mij in 2015 veel leuker dan het nu is. Als je je toen slecht kwalificeerde wist je dat je nog naar voren kon rijden, omdat je wel kon inhalen. Nu zit je gewoon vast en dan gebeurt er niet meer zoveel. Het is nu eenmaal zo, maar hopelijk wordt het in de toekomst wel wat beter.”

“Van de andere kant zijn deze auto’s in de kwalificatie echt geweldig om in te rijden, als je ziet hoeveel grip er wordt gegenereerd. Op Spa of Singapore gaat het in de kwalificatie echt enorm hard. Vooral als het hobbelig is, krijg je nog meer dat snelheidsgevoel.”

Denk je dat het gat tussen de top drie teams kleiner is geworden?
“Ik denk wel dat de teams achter ons wat dichterbij zijn gekomen, maar dat was vorig jaar in het begin van het seizoen ook. Gedurende het seizoen splitst zich dat dan weer op. Dat heeft natuurlijk ook deels te maken met het beschikbare geld en de goede mensen, maar het is ook normaal dat een topteam meer kan ontwikkelen dan een wat kleiner team. Als de kleinere teams toevallig een hele goede auto in de winter bouwen, kunnen ze daar wel lang op teren, maar uiteindelijk valt dat voordeel weer weg. Dat zag je vorig jaar ook wel. Ik denk dat Alfa Romeo en Renault weer een goede stap hebben gemaakt, maar vervolgens gaat het erom hoe de ontwikkeling zal zijn.”

Je bent na de eerste testweek ook direct in de simulator gekropen. Wat heb je hieruit geleerd?
“Eigenlijk hebben we alles getest zoals ik dat de dag ervoor ook op het circuit heb gedaan. Het is dan kijken hoezeer het overeen komt, maar het was een hele goede correlatie. Dit betekent dat als je op het circuit iets verandert, dit hetzelfde effect geeft in de simulator. Ook qua rondentijden natuurlijk, dat is altijd heel belangrijk. Gedurende het seizoen moet je namelijk in de simulator de auto afstellen voordat je naar het circuit gaat, en dan moet het natuurlijk wel kloppen.”

Je hebt in de winter meegedaan aan de virtuele 12 uur van Bathurst in iRacing. Hoe heb je het ervaren, ondanks het feit dat jullie al snel waren uitgeschakeld?
“Het eerste ongeluk konden we niet eens zo veel aan doen, maar dan ben je eigenlijk al meteen klaar. Ik zat nog in Genève en was het aan het volgen, tot ik opeens een appje kreeg waarin stond dat we een ongeluk hadden. De hele maand ben je bezig geweest om je voor te bereiden en dan ben je na één uur al klaar, maar dat hoort erbij. Zoiets kan gebeuren en zeker op dat circuit. Het was wel heel leuk, want we hebben de hele maand allemaal samen getraind en het beste in elkaar naar boven gehaald, ook qua rondentijden. Lando Norris was er ook bij, dus dat was wel mooi.”

Tevens heb je in dezelfde game enkele wereldrecords verbroken met een Formule 3-auto. Welke raakvlakken zijn er met de echte wereld, ondanks dat er uiteraard nog een wezenlijk verschil is?
“Qua set-up werkt het hetzelfde als in het echt. Als je onderstuur hebt, dan weet je wel hoe je dat moet aanpakken. Daar ben ik de hele winter mee bezig geweest en dat vind ik ook heel leuk. Als ik ergens aan begin wil ik ook snel gaan, en dan kan ik er niet tegen als ik derde of vierde sta. Dan moet het gewoon harder! Ik heb zelfs een paar nachten tot drie, vier uur aan de set-up gewerkt om te zorgen dat ik de dag erna goed voor de dag kwam.”

“Ik heb ook een paar dagen de hele dag in de (online) simulator gereden. Dan begin ik rond half tien en dan rijdt ik door tot twee of drie uur ’s nachts met tussendoor een paar eetpauzes of het kijken van een serie. Het is ook heel verslavend. Als je eenmaal ergens aan begint, wil je weer dingen aanpassen en denk: je dit is goed. Opeens is het dan weer twee uur later en denk je: dit is wel heel snel gegaan!”

Zie je in de toekomst een simracer doorstromen naar de Formule 1?
“Ik denk niet naar de Formule 1, want uiteindelijk gaat het ook om de ervaring op het circuit. Bovendien, als je in een simulator crasht, kun je gewoon opnieuw starten. In het echt is het wel wat anders als je met driehonderd kilometer per uur een bocht vol gas moet nemen of dicht bij een muur uitkomt. Het zijn allemaal dat soort kleine dingetjes, zoals g-krachten die je niet gewend bent. Misschien zie ik het meer andersom, dat een (ex-)Formule 1-coureur mee zou kunnen doen in de E-Sports. Dat zou wel heel mooi zijn.”

En wat is nu leuker, een potje FIFA of rondetijden knallen tijdens het simracen?
“Dat deed ik ook in de wintermaanden. Op een gegeven moment had ik de simulator, mijn televisie met Netflix, en een scherm met FIFA aan staan. Als ik het simracen moe was, ging ik een uurtje FIFA spelen. Als ik dat dan weer moe was ging ik even Netflix kijken, en daarna weer door op de simulator. Het ging eigenlijk helemaal nergens over, maar ik vond het heerlijk. Lekker thuis zijn.”

Je staat aan de vooravond van je vijfde Formule 1-seizoen en je rijdt als alles goed verloopt in de Verenigde Staten je 100e Grand Prix. Voel je je nog een jong talent of al een ervaren rot?
“Ik mag mij niet meer een jong talent noemen denk ik, want ik ben nu ervaren. Laatst dacht ik er nog aan. Het is daarnaast ook de langste periode van mijn leven die ik in een bepaalde serie heb gereden.”

Vorig jaar behaalde je elf podiums en twee overwinningen. Ben je tevreden als je dat dit jaar weer weet te evenaren?
“Vorig jaar was dat na het begin nog een redelijk goed resultaat. Het ligt er natuurlijk ook aan hoe goed de auto en motor zijn. Daar baseer ik ook altijd mijn eigen prestaties op. Maar als team en Honda zijnde willen we meer dan dat, want we willen altijd meedoen. Of dat kan, weet ik nog niet.”

Met wat voor gevoel ga je richting Melbourne, vergeleken met vorig jaar?
“Tot nu toe denk ik dat we er wel positief in staan, maar het kampioenschap wordt natuurlijk ook niet in Melbourne gewonnen. We moeten zorgen dat we heel constant zijn en weinig uitvallen. Hamilton heeft vorig jaar het kampioenschap ook pas gewonnen na de zomerstop, dus er is nog heel veel mogelijk. Als ik vorig jaar de eerste zes wedstrijden ook een beetje normaal had gescoord, dan had ik in het kampioenschap meegedaan voor de tweede plek. Als we al een beetje beter kunnen zijn dan vorig jaar qua pakket, zit er al veel meer in.”

Ten slotte, waar kijk je dit jaar het meest naar uit?
“Dat is op dit moment moeilijk te zeggen. Het ligt eraan hoe goed de auto is, want dan kun je echt naar wedstrijden uitkijken waarvan je weet dat je het heel goed kan doen. Ik vind het in ieder geval altijd leuk om naar Mexico te gaan, haha! Verder kijk ik altijd uit naar de Jumbo Racedagen die eraan zitten te komen, dat is altijd leuk.”

Voor meer informatie over de Jumbo Racedagen op 18 en 19 mei 2019, of om gelimiteerde F1-Paddockkaarten en Tribunekaarten te bestellen, zie www.circuitzandvoort.nl.