scroll
Scroll naar benedenvoor het laatste nieuws

Uitgebreid interview met Max: "Je moet altijd vinden dat je de beste bent"

Gepubliceerd op 25 januari 2018 door Julien Lemmen

Na een welverdiende rustige decembermaand, is Max met nog enkele weken tot de eerste testdagen in Barcelona, weer druk aan het trainen in voorbereiding op het nieuwe seizoen. Tussen de intensieve trainingen door werd Max thuis, in Monaco, door Wilfred de Jong van Ziggo Sport aan een uitgebreid interview onderworpen.

Toevalligerwijs kreeg Max ’s ochtends voor het interview een dopingcontrole: “Bij ons is dat niet heel vaak aan de orde. Zo'n twee keer per jaar word ik gecontroleerd. Één keer buiten de races om en één keer tijdens een raceweekend. Twee mensen stonden er vanochtend voor mijn deur. Die worden via de FIA opgetrommeld om dat te bekijken. Ik denk wel dat het goed is dat we erbij zijn aangesloten en dat er op gecontroleerd wordt. ”

Tijdens het interview laat Wilfried verschillende foto’s zien die memoreren aan de carrière van Max of aan andere personen in de Formule 1-wereld. Zo wordt er een foto getoond van Jim Clark in een Lotus, de tweevoudig Formule 1-wereldkampioen van 1963 en 1965. Op de vraag of Max graag in de cultuur van zijn eigen sport graaft, antwoordt de Nederlander: “Niet zo ver terug. Je kent de namen wel, maar de auto’s vond ik iets minder interessant. Ik zou nooit tegen mezelf zeggen ‘ik wil echt die auto besturen’. De auto’s zijn te oud, te langzaam, ze hadden profielbanden. Ik vind het niet uitdagend genoeg. Alles wat je op de limiet rijdt, is uitdagend, maar het is niet iets wat ik zou willen doen.”

Welke auto zou je in je huis neerzetten? “100 procent een auto van nu. Ik ken mensen die dit helemaal geweldig vinden, Sebastian Vettel zit bijvoorbeeld in de oudere auto’s en motoren, dat vindt hij mooi. Ik ben wat moderner.”

Vervolgens wordt er een foto getoond van Jules Bianchi, de Fransman die enkele maanden na een onfortuinlijke crash op Suzuka overleed. Max blikt terug op de tragische gebeurtenis: “Het ongeluk gebeurde in Japan, in hetzelfde weekend dat ik mijn eerste vrije training reed. Persoonlijk kende ik hem niet. Hij reed al in de Formule 1 en ik kwam net kijken. Je zag meteen dat het fout was. Als je tegen een kraan aan klapt en er niet veel beweging in een coureur zit, is het niet goed. Het is absoluut niet fijn, maar dat zijn de risico’s en het gebeurt helaas.”

“Ik heb wel enkele dingen meegemaakt of gezien dat iemand dood gaat. In 2009 tijdens een kartwedstrijd bijvoorbeeld. Je ziet iemand gereanimeerd worden en het zag er niet goed uit. Je voelde het al aankomen, wat er een paar uur later bevestigd werd. Het is niet fijn, maar je moet door. Over het algemeen is de sport super veilig, dus het gebeurt niet super vaak, maar het gebeurt helaas wel eens." Angst? “Dat heb ik sowieso niet. Als je dat hebt, kan je niet goed presteren. Over de dood wordt ook nooit gepraat. Ik denk niet dat veel mensen daar bij stilstaan.”

Daarna wordt er gerefereerd aan zijn weergaloze regenrace in Brazilië 2016, waarna hij door menigeen vergeleken werd met Ayrton Senna: “Ik hou er nooit zo van om vergeleken te worden met iemand. Ik vind het wel prima, maar ik denk dat het belangrijker is om met jezelf bezig te zijn en jezelf te verbeteren”, legt Verstappen uit. “Ik probeer mij op mezelf te focussen. Ik hoef met niemand vergeleken te worden, maar het is natuurlijk wel mooi dat mensen dat doen. Dat betekent wel dat je iets goed doet, denk ik.”

“Ik ben er echter niet zo veel mee bezig. In de Formule 1 ben je de ene dag een held en de andere dag kan je de schlemiel zijn. Je probeert zo neutraal mogelijk te zijn in alles. Als alles goed gaat, is iedereen lyrisch, maar als het even wat moeilijker gaat, dan is iedereen opeens weer negatief over je. Ik ga nooit mee in het moment. Het was een super race, maar daarna ga je gewoon weer door.”

Uiteraard komt ook de eerste overwinning, in Barcelona 2016 aan bod, met in het bijzonder Helmut Marko. “Helmut waagde toentertijd de gok om mij meteen in een Red Bull te zetten in mijn tweede seizoen na vier wedstrijden. Daar waren de meningen over verdeeld, maar toen wonnen we die eerste wedstijd meteen en dat was heel mooi. Helmut is bijna een soort van tweede vader en ik denk dat hij het zelf ook zo wel ziet. Hij heeft altijd het beste met mij voor. Tijdens het weekend praten we vaak over de auto, wat er beter kan. Van beide kanten natuurlijk, aan de auto en mijzelf. Helmut Marko ziet alles, het zijn altijd maar kleine dingetjes. Hoe je over de radio praat of hoe je met mensen omgaat bijvoorbeeld. Hij heeft altijd het beste met mij voor en ik denk dat dat altijd goed is. Als je een goede wedstrijd rijdt, is hij natuurlijk blij, maar hij moet ook eerlijk tegen mij kunnen zijn, ‘dit was niet goed’, en dat doet hij.”

Vader Jos ziet zijn zoon meer en meer op eigen benen staan. Zijn dit de jaren dat jullie iets meer uit elkaar gaan? “Ik zou het niet uit elkaar noemen, maar ik moet wat meer mijn eigen ding doen. Ze verwachten meer van de persoon Max zelf, die wat meer dingen zelf onderneemt in plaats van dat je vader er altijd bij staat. Ik denk dat dat redelijk normaal is, dat je wat meer je eigen ding moet doen, maar alleen hoeft sowieso niet. Ik denk dat het altijd goed is om mensen achter je te hebben die je altijd kunnen adviseren.”

Toen je in de pubertijd zat, zo’n vijf á zes jaar geleden, zette je je dan af tegen je vader? “Je hebt wel eens meningsverschillen en dat hadden wij met karten geregeld over bepaalde dingen, maar dat hoort erbij. Het ging over het rijden bijvoorbeeld als hij voelde dat het niet 100 procent was, over de afstelling, hoe ik een kart poetste. Negen van de tien keer kwam het ook altijd zo uit. Ik vertrouwde hem ook wel, alleen soms had ik mijn mening erover en hadden we even een discussie, maar uiteindelijk maakte ons dat allebei beter denk ik. We zijn allebei ego’s. Dat zit in ons bloed en heeft ons ook zo ver gebracht. Anders denk ik dat ik nog in een kart zat.”

Ook van een recente discussie heeft Max een mooi voorbeeld: “Vorig jaar in Maleisië hadden we een paar nieuwe onderdelen op de auto. Dit hebben we op allebei de auto’s geprobeerd. Daniel vond het niet zo fijn. Het was niet zo makkelijk af te stellen, maar ik ben ermee door blijven gaan. In elke training kwam het niet zo lekker uit. De hele tijd hadden we of in de snelle bochten wat problemen, of in de langzame bochten. We kregen het gewoon niet voor elkaar, maar ik bleef eraan vasthouden omdat ik erin geloofde.”

“Net voor de kwalificatie vroeg mijn vader ‘wat ga je doen?’. Ik wilde het er toch op houden en mijn vader was het er niet mee eens. Ik zei ‘ik ga het toch doen. Ik heb er vertrouwen in dat het goed moet komen’. Tijdens de kwalificatie kregen we het voor elkaar en hadden we een goede kwalificatie met de derde tijd. Met onze auto daar was dat gewoon goed. Toen ik uitstapte liep ik naar mijn vader toe en zei ik ‘zie je nou wel’. Toen moest hij wel lachen en zei hij ‘toch goed gekozen.’ Daar moet je wel op vertrouwen, want het zijn natuurlijk wel cruciale kwalificatieduels die je wil winnen. Dat zijn wel dingen die ik vroeger van kleins af aan heb geleerd. Als je gevoel goed zit en je weet dat je dit en dit kan veranderen, dan moet het goed zijn. Vroeger heb ik met mijn vader zoveel dingen geprobeerd met karten. Dat helpt je dan wel in dat soort momenten.”

Vader Jos en Michael Schumacher waren vroeger goed bevriend. Als kind ging Max dan ook geregeld op vakantie met de familie Schumacher. Hoe herinnert Max zich de recordkampioen? “Ik kan mij bepaalde dingen wel herinneren. We hebben een paar vakanties meegemaakt samen, toen was ik vier of vijf jaar. Ik was nog een klein kind, dus ik speelde met zijn zoon Mick, die iets jonger is dan ik. Het is allemaal spelenderwijs, dan denk je er niet bij na dat dat Schumacher is.

Denk je vaak aan Michael? “Als het genoemd wordt, of als ze er met mij over praten. Over het algemeen probeer je er niet teveel aan te denken. Voor de familie is het al zwaar genoeg.” Over de mentaliteit van Schumacher heeft Verstappen echter niets dan lof: “Hij deed er alles aan om te winnen, al moest er iemand van de baan gereden worden. Dat is een winnaarsmentaliteit vind ik. Alles ervoor over hebben en dat vind ik prima.”

Tenslotte komt de relatie met teamgenoot Ricciardo ter tafel: “De vriendschap met Ricciardo is als teamgenoten zijnde extreem goed. Normaal gezien ben je niet zo heel goed bevriend met je teamgenoot. Over het algemeen ga je dan altijd wel een beetje je eigen weg, maar ik kan gewoon super goed met hem opschieten. Een heel relaxte kerel is het. Je deelt alles met elkaar over de afstelling van de auto, want je wil dat de auto vooruit gaat. En dat werkt natuurlijk des te beter als je allebei samenwerkt. Ik denk dat je dat niet zo heel snel weer gaat zien, zo’n relatie tussen twee teamgenoten. Op het circuit is het een vriend en concurrent, maar wel met veel respect. Met andere coureurs ben ik niet echt bevriend. Je hebt er niet veel tijd voor om tijd met elkaar door te brengen. Je rijdt voor de concurrent, dus je kunt niet veel delen met elkaar want het is allemaal geheim, maar je hebt veel respect voor elkaar. Met Ricciardo ga ik in ieder geval door in 2018 en daarna zien we wel wat er gebeurt."

De crash in Hongarije heeft niets aan de verstandhouding tussen de twee afgedaan, ook al was Daniel na afloop zichtbaar boos op Max. “Het was wel te begrijpen dat hij boos was. Achteraf lach je er om, maar op dat moment ben je emotioneel, dus dat snap ik wel. Dat was andersom ook zo als dat zou gebeuren. Als de adrenaline hoog zit, is dat altijd zo. Het zou niet goed zijn als hij heel rustig reageerde. Dan is er iets niet goed en wil je niet winnen of doet het je niets. Ik doe ook niet mee voor de tweede plaats."

Vind je van jezelf dat je de beste bent? "Ik denk dat je dat wel altijd van jezelf moet vinden. Anders kun je beter thuis blijven. Als je dat al niet gelooft, dan heeft het geen zin om mee te doen. Het doel is om de beste te zijn, maar ik moet het wel bewijzen en er de kans voor krijgen om dat vaker te zijn."